

Rond 6 uur waren we dan eindelijk aangekomen in Chiang Mai. Er stond al iemand van het hotel ons op te wachten en bracht ons naar het hotel. Gelukkig konden we al gelijk op onze kamer terecht, konden we mooi nog even wat uurtjes slaap inhalen. Maar dat ging helaas niet door.
Eenmaal op onze kamer openden we onze backpacks en zagen we tot onze grote verbazing dat er iemand in onze tassen was geweest, het was een grote zooi!!!! En ja hoor, spullen waren gejat. We hadden heel stom, voor het eerst onze videocamera in de tas gestop, terwijl we deze normaal bij ons dragen. En die zat er natuurlijk nu niet meer in, net als Remco's nieuwe schoenen en zijn oplader van de telefoon. We hebben gelijk aangifte gedaan bij de politie, zodat we het kunnen claimen bij verzekering. We baalden er wel flink van, we hadden al mooie beelden van Thailand geschoten, die waren we nu kwijt. Gelukkig hebben we de andere bandjes nog wel, die hebben we opgeslagen in een koffertje in het hostel in Bangkok waar we sliepen. Dus die beelen zijn we niet kwijt. Na onze aangifte zijn we toch nog maar eventjes het bed ingedoken.
11 april. Vandaag begon onze tweedaagse trekking trip door de jungle. Om kwart over negen werden we opgehaald door een open pickup. Met een klein groepje reden we weg uit Chiang Mai, toen nog droog. Maar zodra we de kleine plaatsjes inreden kwam de volle laag. De lokale bevolking stond namelijk aan de kant van de weg met grote emmers water om iedereen die langs kwam nat te gooien. Dit in verband met het Thaise Nieuw Jaar. Dit vieren ze hier in deze omgeving namelijk met erg veel water, ook wel het Sonkran feest genoemd.
Ons eerst stop was bij de Maewang River, hier hebben we op Bamboo geraft. De rivier was niet zo heel diep en breed, maar had hier en daar best leuke versnellingen.
In een klein dorpje hadden we een korte stop om onze lunch op te halen. Hier stond een klein groepje kinderen ons al op te wachten, klaar voor het watergevecht. Wat een pret, we waren zeik en zeik nat, echt lachen. De lunch hielden we in de jungle bij een waterval. Na de lunch stond ons een tocht van zo'n 3 uur te wachten. Het eerste stuk ging alleen maar omhoog, dat was even afzien. Op dat moment verlangden we eigenlijk wel weer naar zo'n watergevecht.......
Rond een uur of 5 kwamen we aan in Karen Village, een bergdorp waar we zouden gaan slapen. Nadat we onze spullen in onze gezamelijke hut hadden gelegd, kwam onze guide met ons avondeten om zijn nek. We gingen namelijk slang gaan eten. Hij vroeg ons mee te komen om te kijken hoe ze dat gingen klaar maken.
Om 7 uur begonnen we aan het avondmaal, tofusoep, green curry en natuurlijk sssssssssssssslang. Het smaakte niet verkeerd, een beetje naar kip en vis (paling). Onder het genot van een aantal biertjes hebben we gezellig met z'n allen gezeten.
Na een redelijke nacht slaap gingen we na ons ontbijt al weer vroeg de jungle in. Dit keer ging het gelukkig alleen maar naar beneden. Na 2,5 uur kwamen we uit bij het olifantenkamp. Hier hebben we weer een ritje gemaakt, dit keer hadden we een olifant die erg van spugen hield. Wat een viespeuk...we zaten lekker onder de olifantenkwijl.
Onze lunch hadden we weer in het hetzelfde dorpje, de kinderen stonden ons weer op te wachten....en ja hoor, daar begon het watergevecht weer. Na de lunch sloten we vrede en vormden we 1 team. Iedereen die langs kwam werd het slachtoffer, met name de toeristen.
Ook de terug weg naar Chiang Mai werd weer een natte bedoeling, ook in Chiang Mai was het feest inmiddels begonnen. Rond het oude gedeelte loopt een gracht, hier stond iedereen uit de hele stad elkaar nat te gooien.
Helemaal doorweekt kwamen we aan bij ons hotel. Daar hebben we lekker een warme douche genomen.
Vrijdag de 13e hebben we een mooie dag in Chiang Mai beleefd. Met een truck van het hotel zijn we langs de grachten gereden. Met twee grote tonnen vol met water (voorzien van twee grote stukken ijs, brrrrr) gingen we het gevecht aan met de rest van de stad. Wat een gekkenhuis, onwijs veel mensen en onwijs veel water.
De volgende dag ging het feest gewoon weer verder. We zijn weer met de truck op pad geweest en iedereen die ons passeerden nat gegooid.
Zondag 15 april moesten we vroeg op, want we zijn die dag met een excursie naar het noordelijkste puntje van Thailand gegaan, de Golden Triangle. Dit is het drielandenpunt, Thailand, Birma en Laos. Het was een lange rit om er te komen, na 3.5 uur rijden waren we er pas. En eenmaal daar aangekomen bleek het nou niet zo spectaculair.
Met een longtailboot hebben we een stukje gevaren en hebben we voet aan wal gezet op Laos. Hier had je een aantal kraampjes, niet echt bijzonder. Daarna hadden we lunch in Thailand en zijn we vervolgens de grens overgestoken met Birma. Dit moesten we wel doen, want we hadden een verlenging van ons visum nodig.
Van Birma eigenlijk niks gezien, het was even de grens over en weer terug.
Vervolgens zijn we bij wat hilltribes langs geweest. Dit ook erg vluchtig, want we waren een beetje aan de late kant.
Wel commercieel allemaal hoor, mensen proberen je vanalles te verkopen, zijn helemaal op de toeristen ingesteld.
En toen weer die hele lange rit terug, was achteraf gezien toch te ver om vanuit Chiang Mai een dagje naar Chiang Rai en de Golden Triangle te gaan, raden het niet echt aan.